maandag 28 januari 2013

Colchicum autumnale – Herfsttijloos

Colchicum autumnale – Herfsttijloos

Eigenlijk is het nu een vreemde tijd om over deze plant te praten, omdat hij allang verdwenen is onder de grond. Het aparte van dit knolgewasje is dat hij in de herfst bloeit zonder blad, daarom wordt hij in andere landen ook wel naaktbloeier genoemd. In ons land heeft hij de naam Herfsttijloos, niet te verwarren met Herfststijlloos, zo heb ik hem altijd genoemd. Deze Nederlandse benaming heeft hij eigenlijk gekregen, omdat er in de herfstperiode bijna geen plant meer bloeit. Misschien heeft u wel eens gedacht dat de krokus in de herfst veel te vroeg opkwam, dan was het waarschijnlijk de Colchicum
Colchicum autumnale
Blad Colchicum autumnale
De naam Colchicum komt van de naam Kolchis en is een streek aan de oostkant van de Zwarte Zee. Hier woonde een berucht gifmengster met de naam Medea.
De plant is uitermate giftig en zijn gif is in de negentiende eeuw geregeld gebruikt om iemand iets aan te doen. Hij heeft ook nog een andere benaming gehad, namelijk Bulbocodium en betekent wollige bol. Ik denk dat hij door zijn fijne wortels deze synoniem heeft gekregen. Zijn tweede naam betekent simpel gezegd Herfstbloeier. De Colchicum behoord tot de Liliaceae (leliefamilie) en er bestaan zo’n zestig soorten van dit geslacht. Zijn oorsprong vindt hij in Azië, het Middellands-Zeegebied en de Oostkust van Afrika. In ons land wordt de Colchicum autumnale vooral in Limburg en Brabant als inheems gezien, jammer genoeg staat hij wel op de rode lijst.
Colchicum autumnale 'Album'
Colchicum autumnale
Rond september en oktober staat hij in bloei. Het is een zelfbestuiver, maar de bestuiving vindt meestal plaats door insecten. De bloem bestaat uit een lange buis met daarop een krokusachtige bloem. Wanneer hij bestoven is zakt het versmolten deel naar beneden via de lange buis (stijl) tot onder de grond waar zich het vruchtbeginsel bevindt. Hier vindt de zaadvorming plaats, in het voorjaar komt deze vrucht naar boven samen met de bladeren. In deze tijd zorgt de plant dat hij zoveel mogelijk voedingsstoffen en energie opneemt voor de komende bloeiperiode.
De bladeren sterven nog voor de bloeiperiode af. Tijdens de bloeiperiode neemt de plant geen water op, dit noemen ze ook wel droogbloeien.

Het vreemde is dat er van dit geslacht zich geen zaden bevinden in de zaadbanken van Nederland. Wel is het bekent dat de botanist van de Leidse Hortus, genaamd Clusius, dit knolgewasje heeft ontvangen uit Italië. De giftige alkaloïde uit deze plant, colchicine, wordt gebruikt om de genetische kenmerken van andere planten te beïnvloeden voor de teelt van nieuwe rassen. Tevens bevat de plant nog een stofje die veel wordt toegepast tegen jicht.

De Colchicum houdt van een voedselrijke en vochtige grond. Hij verwildert makkelijk en hij wordt veel in het gazon geplant voor een mooi effect in de herfst. Men kan hem ook op een schoteltje in de vensterbank plaatsen, zoals men wel eens met een Amaryllis doet. Het is een droogbloeier, dus geen water geven!

dinsdag 22 januari 2013

Heliconia

Heliconia

Uit de Zingiberiflorae (Gemberbloemigen) heb ik al eerder een geslacht besproken, zoals de Musa (Banaan), Strelitzia (Paradijsvogelbloem) en de Hedychium (Siergember).
Een andere opmerkelijke plant uit deze familie is de Heliconia. Misschien is zijn bloem al eens opgevallen in de bloemisterij, want als snijbloem wordt hij veel gebruikt.
Een grote overeenkomst binnen de Zingiberiflorae is dat zij bijna allemaal bestoven worden door de kolibrie. Echt veel over deze plant valt er niet te vertellen, maar zijn bloemen zijn betoverend.
Bloem Heliconia bihai
Heliconia bihai
De Heliconia is in elk tropisch land wel te bewonderen, vooral in Midden-Amerika en de Aziatische landen komt hij veel voor. Het geslacht telt ongeveer vijftig soorten en ontelbare cultuurvariëteiten. De soorten kan men onderverdelen in twee groepen, degene met hangende bloemen en de groep met rechtopstaande bloemen. Er bestaan soorten die zo’n dertig centimeter hoog worden, maar de meesten worden wel zo’n twee meter hoog. Voorheen behoorde de Heliconia bij de Bananenfamilie (Musaceae) wat ik echter niet helemaal begrijp. De Heliconia heeft bloemen die iets weg hebben van een vogel en heeft langwerpige bladeren op lange bladstelen. Door deze kenmerken is zijn verwantschap groter met de Strelitzia dan met de Musa.
Meeldraden uit schutblad
Heliconia rostrata
Heliconia rostrata
Heliconia stricta 'Jamacain'
Heliconia stricta 'Jamacain'
Heliconia hybride
Heliconia hybride
De betekenis van de naam Heliconia heeft hij te danken aan zijn prachtige bloemen. Hij is vernoemd naar de Griekse berg Helikon, in de Griekse mythologie waren de bewoners van deze berg de Muzen. Dit volk zou altijd jong en mooi blijven, net als de bloem van de Heliconia. De meeste soortnamen van de plant geven een beschrijving van de bloem, zoals ‘stricta’ rechtopstaand, ‘bihai’ scharen van de kreeft, ‘rostrata’ vogelbek en ‘psittacorum’ papegaai.
Heliconia psittacorum
Heliconia psittacorum
Heliconia psittacorum'Nadja'
Heliconia psittacorum'Nadja'
Heliconia’s hebben net als de meeste geslachten uit de Gemberfamilie wortelknollen. Zijn bladeren dienen vaak als beschutting en huisvesting voor insecten. Ook staan de bladeren in verschillende richtingen, om zoveel mogelijk licht te kunnen absorberen. De bloem- of schutbladeren hebben felle kleuren. Hieruit groeien de stamper en de meeldraden en bevatten binnenin de nectar die door kolibries wordt genuttigd (zie foto). S ’nachts willen vleermuizen de bloem ook wel eens bestuiven door zijn aanlokkelijke zoete nectar. Tegenwoordig zijn de kleinere cultivars te verkrijgen als kamerplant, meestal met oranje bloemen. Verder kan hij net als de Strelitzia gehouden worden als kuipplant, het enige verschil is dat hij minder tegen de vorst kan. Beneden de vijftien graden moet hij al naar binnen gehaald worden. Wanneer u de bloem tegenkomt bij de bloemist, zet hem dan als solitair in een vaas voor een spectaculair gezicht.

woensdag 16 januari 2013

Plumeria rubra – Tempelboom

Plumeria rubra – Tempelboom

Ik denk dat iedereen deze imposante bloeiende boom wel eens tegen is gekomen op een tropische vakantie. Oorspronkelijk komt de Plumeria uit Midden-Amerika, tegenwoordig is hij bijna over de hele wereld verspreid. Er bestaan vele cultivars, maar de bloem heeft in het midden altijd een geel hartje. In Azië noemen zij hem daarom ook de Eigeelboom. Hij behoort tot de Maagdenpalmfamilie (Apocynaceae), een bekende uit deze familie is de Nerium oleander (Oleander). Beiden bevatten een melksap, of latex die irriterend voor de ogen en de huid is.

De naam Plumeria betekent in het Grieks ‘met pluim of veren’, een echte verklaring voor deze vertaling kan ik echter niet relativeren. Wel weet ik dat hij vernoemd is naar een Franse botanicus, genaamd Charles Plumier. Een andere naam die men veel tegenkomt in verband met deze boom is Frangipani, dit was een Italiaanse familie van adel die een parfum ontwikkelde met de geur van de bloem. Verder is deze naam niet te verwarren met het deegbeslag ‘Frangipane’, alhoewel de bloemen van de Plumeria veel gebruikt worden als taartversiering. De bloem bevat geen nectar, dus ik denk niet dat ze erg lekker is.
Bloem Plumeria rubra
Plumeria rubra
Misschien is de bloem wel eens opgevallen in documentaires of films, waarbij de vrouwen uit Hawaii de bloem in hun rechteroor dragen. Dit doen zij om aan te geven dat zij een relatie hebben. Er bestaan vele verhalen en mythen over deze boom bij verschillende culturen. Frappant is dat de begraafplaats en het bestaan van deze boom hierin een belangrijke rol speelt. De boom zou onderdak bieden aan geesten en demonen, gebruikt worden bij offers en de geur zou gerelateerd zijn aan de Indonesische vampier/ geest ‘Pontianak’. In Azië ziet men de Plumeria veel aangeplant bij de begraafplaatsen en tempels. Bij de Aziatische tuinen op de Floriade in Venlo heb ik hem ook zien staan. Daarentegen is hij veel te bewonderen in siertuinen, vanwege zijn karakteristieke geur.
Plumeria rubra
Plumeria rubra 'Cultivar'

Deze parasol vormende boom of struik wordt zo’n acht meter hoog en is bladverliezend. Hij heeft lange vlezige bladeren die wel tot vijftig centimeter groot kunnen worden. De bloemen die zich aan het einde van de takken vormen, bevatten geen nectar. De meeste bestuivers komen op de zoete geur af en zijn kenmerkende gele hartje, maar komen dus met lege handen terug.
Vaak worden de meeste witte bloemen s’ avonds bestoven (weerkaatsing door de maan) door nachtvlinders en –motten, zo is dat ook het geval bij de Plumeria.
Zijn vruchten bestaan uit langwerpige zwarte peulen als de Mandevilla die ook bij deze familie behoort.

In de huiskamers van Nederland ben ik hem wel eens tegen gekomen. Als kuipplant nog niet, maar dit zou goed mogelijk moeten zijn. Zet hem dan wel op een zonnige plaats, daar houdt hij erg van. Wanneer de nachttemperatuur lager wordt dan acht graden, haal hem dan naar binnen. Als zaad is hij tegenwoordig al te koop, ook stekken schijnt vrij gemakkelijk te gaan. Denk alleen bij het geven van water om de hoeveelheid, bij een teveel aan water kan wortelrot ontstaan.

woensdag 9 januari 2013

Rothmannia capensis - Kaapse Katjiepiering

Rothmannia capensis - Kaapse Katjiepiering

Deze aparte boom heb ik gelukkig nog kunnen fotograferen in Afrika, hij bloeit daar van december tot februari. Hij groeit aan de kust van Zuid-Afrika, zijn tweede naam zegt het al, capensis betekent dan ook ‘van de Kaap’. De Rothmannia hoort bij de Sterbladigenfamilie (Rubiaceae), het bekendste geslacht uit deze familie is de Coffea (Koffieplant). Hij is vernoemd naar Dr. Rothman en dit was een leerling van de bekende plantenkenner Linnaeus.
Rothmannia capensis
De Rothmannia is een groenblijvende boom en kan twintig meter hoog worden in optimale omstandigheden, gemiddeld wordt hij zo’n tien meter hoog. Opvallend is zijn half ronde kroon met glanzende groene bladeren. Jonge twijgen hebben een grijze kleur, oudere twijgen zijn donkerbruin. Deze oudere takken krijgen kleine scheurtjes, waardoor het onderliggende roze kleurige hout naar voren komt.

In zijn bloeiperiode krijgt hij roomwitte bloemen met paarse spikkels in het hart.
De paarse spikkels, ook wel honingmerken genoemd, zijn insecten- en vogellokkers. Na verloop van tijd kleuren de bloemen van naar geel naar donkerbruin. Deze boom wordt veel aangeplant in tuinen, omdat de bloemen een aangename zoete geur afgeven. Zelfs nadat de bloem helemaal verdroogt, blijft hij geuren. De vruchten van de boom zijn niet echt opvallend, zij zijn ongeveer acht centimeter groot. Deze harde ronde groene vruchten zijn eetbaar, maar niet echt lekker. Ze worden veel gegeten door apen en wanneer ze rijp zijn door vogels.
Bloem Rothmannia capensis
Het sap van de vruchten wordt nog steeds gebruikt tegen brandwonden en de vlezige wortels tegen reuma en lepra. In de winkels komt men het hout veel tegen als keukengerei, omdat het erg hittebestendig is. Jammer genoeg kan de Rothmannia niet tegen vorst en is in ons klimaat dan ook niet geschikt als kuipplant. Dat geldt overigens voor veel planten uit de Kaap.

vrijdag 4 januari 2013

Theobroma cacao – Cacaoboom

Theobroma cacao – Cacaoboom

Na de feestdagen hebben we allemaal genoeg genoten van het product van deze boom, de chocolade. De boom is veel in het nieuws geweest, vanwege de slavernij in de cacaoproductie. Ik denk dat de meeste van ons wel eens over de cacaoboon gehoord hebben, Amsterdam één van de grootste cacaohavens van de wereld is. Een Engelse serie, waarin Willie Harcourt Cooze op zoek is naar de beste cacao ter wereld, speelde zich af in Venezuela. Daar komt de Cacaoboom ook oorspronkelijk vandaan. Hoewel een paar Aziatische landen al heel ver zijn in het ontwikkelen van sterke bomen, is Ghana met zijn omliggende landen de grootste leverancier.

De naam cacao is een benaming van de Azteken, zij dronken een cacaodrank die zij ‘xocoatl’ noemden. Dit was een mengsel van cacao, vanille, honing en chilipeper. Later heeft de bekende planten ontdekker en naamgever Linnaeus hier de naam cacao aan gegeven. Ik hoorde gisteren van twee jonge kinderen dat de naam cacao is ontstaan, omdat men er twee keer op kan kauwen (kauwkauw).
Een andere indianenstam uit Centraal- en Midden-Amerika, de Olmeken, maakten van de boon een alcoholische drank en de boon was tevens een betaalmiddel.
De naamgeving en historie tussen de verschillende indianenstammen is tot op heden nog erg onduidelijk, maar de cacao speelt hier wel een grote hoofdrol in.
Gekleurde bladeren van de Theobroma cacao
Theobroma cacao
Via de Spaanse veroveraar Cortez is de boom in de Afrikaanse landen gekomen. Door het tropische klimaat gedijde de boom hier erg goed en zo zijn de vele plantages in deze gebieden ontstaan. Theobroma komt uit het Grieks en betekent ‘godenvrucht’, waarschijnlijk door de indianenstammen die in cacao een verbintenis zagen met de God van de regen en vruchtbaarheid.
Inmiddels is men veel aan het experimenteren om een sterke boom te kweken, daarom is de kwaliteit van de boon verschillend per land. De tweeslachtige bloemen groeien in clusters aan dikke takken en worden bevrucht door insecten (vooral vliegjes). De Theobroma behoord tot de Malvaceae (Kaasjeskruidfamilie), deze groep wordt over het algemeen bestoven door insecten. Niet alleen de vruchten zijn karakteristiek voor de boom, het blad heeft ook zijn sierwaarde. De bladeren hebben een variabele grootte en in het beginstadium een fel rode/ oranje bladverkleuring.
Vrucht en bloemen Theobroma cacao
Cacaobonen produceert de boom het hele jaar door en het verkrijgen van een rijpe vrucht duurt ongeveer vijf maanden. Het beginstadium is groen, waarna hij verkleurd naar geel en oranje. Als de vrucht oranje kleurt is deze rijp en bevat zo’n twintig tot vijftig zaden. De boom kan al na drie jaar vruchtdragend zijn en hij wordt zo’n twaalf meter hoog . Na de oogst hebben de zaden een wit/ sappig vruchtvlees om zich heen en deze zaden zijn vrij bitter door het looizuur. Hiervoor is fermentatie nodig, de zaden drogen, bacteriën en oxidatie zorgen ervoor dat de suikers omgezet worden en de kiem gedood wordt. Hierdoor ontstaat het bekende cacao aroma, ook vergemakkelijkt dit het verwijderen van het vruchtvlees. Na het branden van de bonen, ontstaat er kort gezegd cacaopoeder en cacaoboter die in een later proces samen de chocolade vormen.

Net als koffie die cafeïne bevat, heeft chocolade een stof die theobromine heet .
De werking hiervan is lust opwekkend en is net als cafeïne een soort pepmiddel. Jammer genoeg heeft de boom een constant klimaat nodig van boven de twintig graden en een hoge luchtvochtigheid. Daarom is hij niet geschikt voor in de huiskamer, of als kuipplant. National Geographic heeft laatst een mooie reportage gemaakt over de cacaoplantages in Ghana, zeker de moeite waard om eens te bekijken!